De functie voor begeleide installatie van ALPHA2 GO

Leer hoe je de functie begeleide installatie van de ALPHA2 GO in de Grundfos GO app kunt gebruiken om de juiste regelmodus en het juiste setpoint voor elk verwarmingssysteem in te stellen.

In deze module maken we kennis met de functie Begeleide installatie van de ALPHA2 GO, bij welke uitdagingen de functie installateurs helpt en hoe je Begeleide installatie gebruikt via de Grundfos GO app. 95% van de pompemissies wordt veroorzaakt tijdens de werking van de pomp. Dit betekent dat kleine verbeteringen in de installatie aanzienlijke energiebesparingen kunnen opleveren en de koolstofuitstoot kunnen verminderen.

Maar het realiseren van deze besparingen is niet eenvoudig. De uitdaging bij het instellen van de pomp zijn de variërende systeembehoeften. Parameters zoals het aantal radiatoren, de vloeroppervlakte of de ketelgrootte lijken nuttige indicatoren, maar volstaan vaak niet om de de juiste pompinstellingen te bepalen.

Neem dit voorbeeld waarbij elk datapunt het juiste setpoint vertegenwoordigt voor een pomp in een actueel systeem:                                                                 Zelfs in een systeem met 10 radiatoren kan de juiste instelling sterk variëren. Factoren zoals systeemontwerp, stromings- dynamiek, en warmtedistributiebehoeften spelen allemaal een rol en leiden tot een groot aantal mogelijke instellingen. Het is duidelijk dat er niet één formule of trendlijn bestaat, maar alleen variatie en onvoorspelbaarheid.

Onjuiste pompinstellingen kunnen gevolgen hebben voor elk aspect van het systeem. Circulatiepompen worden vaak verkeerd ingesteld met overgedimensioneerde curves, wat leidt tot een te hoog debiet en energieverbruik.

Een te hoog debiet heeft niet alleen invloed op het energieverbruik van de circulatiepompen, maar ook op het verwarmingssysteem door stijgende retourtemperaturen en een verminderde efficiëntie, vooral als die temperaturen boven het dauwpunt uitstijgen. Dit leidt tot energieverspilling en een hogere verwarmingsfactuur voor de huiseigenaar. Een onjuiste inbedrijfstelling heeft ook menselijke gevolgen. Lawaai en ongemak door een onstabiel verwarmingssysteem maakt bewoners ongelukkig, en installateurs verliezen kostbare tijd met het oplossen van problemen die te voorkomen waren geweest.

Voor een correcte instelling van ALPHA2 GO pompen biedt de Grundfos GO app de Begeleide installatie-functie, waarmee de inbedrijfstelling sneller, eenvoudiger en nauwkeuriger verloopt.

Na het beantwoorden van een paar eenvoudige vragen over het systeem beveelt Begeleide installatie niet alleen de juiste regelmodus, maar ook het juiste setpoint voor die regelmodus aan. In de meeste gevallen is AUTOADAPT de aanbevolen instelling. AUTOADAPT optimaliseert automatisch de prestaties door het setpoint aan te passen op basis van de actuele warmtevraag van het systeem. Maak gewoon verbinding met de pomp, kies de toepassing en de regelmodus, en selecteer AUTOADAPT als setpoint.

Bij de ALPHA2 GO is AUTOADAPT beschikbaar voor zowel radiator- als vloerverwarmingssystemen. In een scenario waarbij AUTOADAPT niet de voorkeur heeft, kan de Grundfos GO app je helpen het juiste setpoint te berekenen voor het systeem.

Laten we eens kijken hoe Berekend setpoint werkt. Voor een optimale instelling moet je het ontwerpdebiet en het opvoerhoogteverlies bepalen voor de toepassing waarmee je werkt. Om het ontwerpdebiet te berekenen, voer je eerst de grootte van de verwarmde ruimte in die door de pomp wordt bediend. Voer vervolgens het benodigde warmtevermogen in, dat je kunt schatten op basis van het bouwjaar van het gebouw. Tot slot voer je de gewenste delta T of het temperatuurverschil in. Met deze 3 datapunten kunnen we nu een ontwerpdebiet berekenen.

De volgende stap is het meten van het opvoerhoogteverlies in het systeem door de ALPHA2 GO, waarbij de piekvraag in de woning moet worden gesimuleerd. Door alle kleppen in het systeem te openen wordt de koudste dag van het jaar nagebootst, wanneer alle warmtebronnen actief zijn. Zo kan de pomp het maximale opvoerhoogteverlies in het systeem meten. Met deze twee waarden, het berekende ontwerpdebiet en het gemeten opvoerhoogteverlies in het systeem, hebben we nu het optimale setpoint voor het systeem geïdentificeerd.

Samenvattend:

  • Systeemvariaties zijn de grootste hinderpaal bij het bereiken van de juiste instellingen.
  • Verkeerde instellingen kunnen de efficiëntie verminderen en invloed hebben op het comfort van bewoners.
  • Begeleide installatie in de Grundfos GO app helpt je bij het vinden van de juiste regelmodus en het juiste setpoint.
  • Wanneer AUTOADAPT niet wordt aanbevolen, helpt de app je bij het vinden van het optimale setpoint door het ontwerpdebiet te berekenen en het opvoerhoogteverlies van het systeem te meten.