Onderzoek En Inzicht

Cavitatie

Cavitatie in pompen treedt op wanneer de druk van een vloeistof bij een constante temperatuur daalt tot onder de verzadigde dampdruk (of kookpunt).

Wanneer cavitatie optreedt, dan vormen zich voortdurend luchtbellen die bezwijken (imploderen) in de vloeistof. Dit veroorzaakt lawaai en kan leiden tot schade aan de installatie. In een verwarmingssysteem treedt cavitatie vaak op in pompen als de druk aan de zuigzijde van de pomp te laag is. Om cavitatie in een pomp te voorkomen moet de minimale voordruk hoger zijn dan de NPSH R (Netto Positieve Zuighoogte Vereist) voor de pomp.

De afbeelding toont de curve voor verzadigde waterdampdruk als functie van de temperatuur (in dit geval is de vloeistof water), waarbij de verzadigde dampdruk van de vloeistof (equivalent aan het kookpunt) in een bepaalde situatie (A) kan worden bereikt door de temperatuur te verhogen of door de druk te verlagen. De stippellijn geeft het kookpunt van de vloeistof bij atmosferische druk aan.

Cavitatie kan een probleem zijn waarbij de voordruk lager is dan NPSH R en kan met name een probleem vormen in ketelsystemen. Grundfos geeft de NPSH R weer in het gegevensblad voor alle pompen.