Artikel

Temperatuurregeling in condenserende en niet-condenserende ketelsystemen

Het ontwerpen van het optimale ketelsysteem

Uw uitdaging:

Niet-condenserende ketels kunnen alleen werken als het water dat naar de ketel terugkeert niet daalt tot onder het dauwpunt van het vocht in het rookgas. Het condenseren van het rookgas kan leiden tot aanzienlijke corrosie van de ketel, en een te groot temperatuurverschil leidt tot thermische schok.

Condenserende ketels moeten condensatie van uitlaatgassen op de warmtewisselaar kunnen bewerkstelligen om efficiënt te kunnen werken. Als de temperatuur van het water dat naar de ketel terugkeert te hoog is, is er maar weinig tot geen condensatie mogelijk.

Onze oplossing:

Niet-condenserende ketels kunnen de TPE3 en een extra temperatuursensor gebruiken in plaats van een normale shuntpomp die op vol toerental draait. De sensor meet de temperatuur van het water dat terugkeert naar de ketel en zorgt dat op elk moment de juiste temperatuur wordt gehandhaafd. Hierdoor wordt de ketel optimaal beschermd en worden de operationele kosten verlaagd.

Condenserende ketels kunnen profiteren van de FLOWLIMIT-technologie, aangezien deze het maximale systeemdebiet instelt om de juiste retourtemperatuur te behouden waardoor condensatie kan plaatsvinden. Dit zorgt voor een hoger operationeel rendement door het latente warmtepotentieel te gebruiken.

Moderne shuntpompen en aandrijvingen met variabele frequentie voor niet-condenserende ketels kunnen op diverse manieren worden geconfigureerd en bestuurd. Ontdek de intelligente oplossing in onze whitepaper.

Kies de intelligente oplossing

Conventionele ketel

Een hoge retourwatertemperatuur zorgt voor een veilige werking. Maar als deze te hoog wordt, dan heeft het rendement daar onder te lijden

Een shunt in een conventionele ketel zorgt dat de retourwatertemperatuur boven het dauwpunt van het rookgas blijft, waardoor corrosie en thermische schok voorkomen kunnen worden.

Systeemsensoren zorgen voor de optimale regeling van de shuntpomp. Zij bewaken de temperatuur TF van het aangevoerde water, en de temperatuur TR van het retourwater. Hierdoor kan de pomp reageren op veranderingen in deze waarden waardoor het debiet wordt geregeld als TR de minimum- of maximumdrempel heeft bereikt. Daarnaast wordt het temperatuurverschil in de ketel, ΔT = TF– TR, gecontroleerd, en geeft het systeem een waarschuwing als de ingestelde grens wordt overschreden.

De TPE3 heeft alle ingebouwde functies voor een optimale regeling van de ketelshunt, waardoor u verzekerd bent van een efficiënte en veilige werking van uw ketel.

Condenserende ketel

De retourtemperatuur laag houden is van essentieel belang voor het rendement. Intelligente pompregeling is de oplossing.

Een condenserende ketel kan het rendement normaal gesproken verhogen met maximaal 10-12% in vergelijking met een conventionele ketel. Maar de effectiviteit is grotendeels afhankelijk van de temperatuur TR van het retourwater. Hoe lager de TR, des te beter de terugwinning van latente verdampingswarmte, en daarmee een beter rendement van de ketel.

De TR is afhankelijk van van het systeemdebiet, en het bepalen van het juiste werkpunt is daardoor rechtstreeks gerelateerd aan de brandstofbesparing van de ketel. Maar het voorspellen van het drukverlies in het systeem kan lastig zijn. FLOWLIMIT in de TPE3 biedt hiervoor de intelligente oplossing door een maximaal systeemdebiet in te stellen. Hierdoor verschuift het werkpunt, waardoor de optimale temperatuur voor condensatie van de rookgassen wordt gegarandeerd.

Andere verwante artikelen en inzichten

Vind verwante artikelen met onderzoek en inzichten van Grundfos.

Verwante toepassingen

Vind toepassingen van Grundfos die verwant zijn aan dit onderwerp.