Inleiding in het verpompen van grondwater

Inleiding in het verpompen van grondwater

Begrijp de beginselen van een bronconstructie en weet waar u rekening mee moet houden voor een efficiënte uitvoering.

Het oppompen van grondwater vindt vele meters onder de grond plaats - normaal gesproken tussen de 10 tot vele honderden meters diep. Dit proces kunt u niet waarnemen. 

Deze opdracht leert u de basisprincipes van een bronconstructie en waar u rekening mee moet houden om ervoor te zorgen dat de bron goede prestaties levert en een lange levensduur heeft.  

Laten we beginnen met de watercyclus om te begrijpen waar grondwater vandaan komt.

Grondwater is eigenlijk oppervlaktewater dat vanaf de oppervlakte door de grond trekt en wordt opgeslagen in zogenaamde waterhoudende grondlagen. Uit deze grondlagen halen we het grondwater.

Grondwater is echter geen oneindige bron en de waterhoudende grondlagen worden alleen bijgevuld als er oppervlaktewater in deze lagen trekt, bijvoorbeeld tijdens regenval of vanuit rivieren en stroompjes. Dit houdt in dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat de grondwaterwinning niet groter is dan de aanvulling.   

Laten we de bron nu eens nader gaan bekijken en zien hoe deze is opgebouwd.

Het boorgat wordt meestal gemaakt op de plek waar het grondwaterniveau zo hoog mogelijk is. Hoe korter de afstand tot het water, hoe goedkoper het is om het boorgat te maken en het water naar de oppervlakte te pompen. 

Op dit moment is het belangrijk om ook aandacht te besteden aan de wateronttrekking. De wateronttrekking is het verschil tussen het statisch waterpeil en het dynamisch waterpeil op het moment dat de pomp wordt aangezet en op nominaal vermogen draait.

Hoe dieper de wateronttrekking, hoe dieper het boorgat moet worden, want het is belangrijk dat de pomp altijd onder water staat. In dit stadium beoordeelt de putboorder hoeveel water de put kan leveren.

In het boorgat bevindt zich een zandfilter en een kunststof of stalen omhulsel van de bron met fijne sleuven, waardoor het water in het omhulsel terecht komt, daar waar de pomp zich bevindt.

Voordat de bron in gebruik kan worden genomen, moet deze een zogenaamde ontwikkeling ondergaan. Dit zorgt ervoor dat de effectiviteit van de zandfilter aanzienlijk vergroot wordt en dat de bron geen zand en slib oppompt. 
Gedurende ongeveer 24 uur worden de fijne deeltjes uit de waterhoudende grondlagen in de zandfilter getrokken om zo een efficiënte filter te vormen.

Aan de bovenkant van de bron beschermt een extra afdichting de installatie tegen verontreinigend materiaal dat op de grond terecht kan komen en zo mogelijk in de bron kan doordringen en de hele grondwaterlaag kan verontreinigen.

Onder de grond moet eveneens met enkele uitdagingen rekening worden gehouden om te zorgen voor optimale omstandigheden en een lange levensduur van de bron.

Zand is de grootste uitdaging. Als het zandfilter niet goed gemaakt is, komt er nog steeds zand in het grondwater en het omhulsel terecht, dit zal de pomp te zijner tijd kapot maken. Hoe lang dat duurt, hangt af van de hoeveelheid zand, maar er zijn voorbeelden van een pomp die al na 3 maanden kapot gaat vanwege een slechte uitvoering.      

De tweede uitdaging is de locatie van de bron. Bronnen in kustgebieden lopen het risico dat er zout water in het grondwater sijpelt als door extractie het statisch waterpeil te sterk daalt. Eén manier om dit tegen te gaan, is om niet te veel water op te pompen zodat het oppervlaktewater kan worden aangevuld. Een andere manier is twee of meer bronnen te laten boren om de extractie gelijkmatiger te verdelen.  

Houd ten slotte bij de keuze van een dompelpomp voor de bron altijd rekening met de ondergrondse omstandigheden. Als het grondwater bijtend is, is het belangrijk dat het pompmateriaal hiertegen bestand is. In het algemeen wordt aanbevolen te kiezen voor een pomp met een goede corrosiebestendigheid en met een ontwerp en materialen met een hoge weerstand tegen zand voor betrouwbare resultaten en een lange levensduur.