Onderzoek En Inzicht

Brandbluspompen

Brandbluspompen worden normaal gesproken in een lijst van een goedkeuringsinstituut opgenomen, en worden aangedreven door een elektrische motor of een dieselmotor, of soms door een stoomturbine. In een brandblusinstallatie kunnen er één of meer brandbluspompen in bedrijf worden gesteld als ondersteunende (50%) en standby-pompen.

De brandbluspomp levert het water via het leidingsysteem aan de sprinklers om de brand te onderdrukken. Het aantal geïnstalleerde brandbluspompen hangt af van de gevarenklasse (LH/laag, OH/normaal of HH/hoog brandgevaar) en de specifieke norm voor de brandblusinstallatie. Enkele bekenden kunt u hier rechts vinden.

Daar waar dubbelpomps elektrische brandbluspompen worden geïnstalleerd is er behoefte aan een secundaire stroombron. Dit kan vanuit een aparte voeding naar het dichtstbijzijnde elektriciteitsonderstation, of vanuit een generator ter plekke. Er moet een voorziening voor netwisseling in het ontwerp worden opgenomen, zodat in geval van storing in de netvoeding naar deze alternatieve stroombron kan worden overgeschakeld.

De brandbluspomp schakelt in wanneer de druk in het sprinklersysteem tot onder een bepaald setpoint daalt. Als een of meer sprinklers worden blootgesteld aan hitte boven de ontwerptemperatuur en opengaan, dan daalt de druk van het sprinklersysteem en geeft de drukschakelaar een signaal af en wordt de bedrijfspomp ingeschakeld. Als de bedrijfspomp om welke reden dan ook niet inschakelt, dan wordt de standby-pomp ingeschakeld, doorgaans via een secundaire drukschakelaar.

Kenmerken

Brandbluspompen worden doorgaans gemaakt met corrosiebestendige inwendige onderdelen om verstopping als gevolg van corrosie te voorkomen. Om cavitatie te voorkomen en om een stabiele systeemdruk te verschaffen worden de brandbluspompen meestal specifiek ontworpen voor brandbluspompdoeleinden, met strikte eisen aan de NPSH-waarde en de curve voor debiet [Q] en opvoerhoogte [H].

De prestaties van de brandbluspomp zijn zeer veeleisend met betrekking tot de mogelijkheid om cavitatie te vermijden, en hebben een stabiele en continu afnemende opvoerhoogte [H] met afnemend debiet [Q]. Deze eigenschappen zijn nodig voor een goede betrouwbaarheid en prestaties van de waterdistributie via het leidingsysteem en sprinklers in het gebouw.

Materialen voor brandbluspompen
Aangezien brandbluspompen zelden in bedrijf zijn, met uitzondering van het testen, dienen inwendige onderdelen te zijn gemaakt van corrosiebestendige materialen (RVS, brons) om verstopping of vastlopen van de pomp te voorkomen.

NPSH-waarde (Netto Positieve Zuighoogte)
Brandbluspompen hebben lage NPSH-curven om cavitatie te vermijden, om zodoende een lager debiet en lagere druk te voorkomen. De NPSH-curven worden vaak gemeten tot 16 m om het vereiste vermogen te bepalen - maar dit varieert afhankelijk van de verschillende normen voor brandbluspompen.

QH-curve (curve voor debiet Q en opvoerhoogte H)
Stabiele en continu afnemende QH-curven zijn wenselijk om een stabiele systeemdruk te verkrijgen, maar ook om slechts één enkel punt op de curve voor elk drukpunt te hebben. In gevallen waarin brandbluspompen parallel werken zouden instabiele brandbluspompen trillingen veroorzaken en tot uitval van het systeem kunnen leiden. Normen voor brandbluspompen definiëren hun eigen karakteristieken van de QH-curven.

Curve voor stroomverbruik (P 2 )
Stroomverbruik wordt gemeten als functie van opvoerhoogte en debiet. Een curve voor stroomverbruik kan constant toenemen of met een lokaal maximaal punt op de curve, afhankelijk van het hydraulische ontwerp van de pomp. De meeste curven hebben een continu stijgende stroomcurve. Het vermogen voor de brandbluspompen varieert van norm tot norm, maar ze vereisen allemaal toereikende vermogensreserves, hetzij door de grootte van de aandrijving te selecteren aan het einde van de stroomcurve, of bij een NPSH-waarde = 16 m voor pompen met een maximaal debiet bij ongeveer 5 m.

Maximaal toelaatbaar debiet (V max )
Het maximale debiet wordt hoofdzakelijk vastgesteld om cavitatie van de brandbluspomp te voorkomen en om te zorgen voor voldoende vermogensreserve, maar in sommige gevallen ook om de capaciteit van het opgeslagen water voor te schrijven. Voor LPCB-systemen wordt Q max vastgesteld in systemen om de capaciteit van het opgeslagen water voor te schrijven (60 minuten bij OH en 90 minuten bij HH).

Grundfos levert normblokpompen, horizontale split-case, verticale split-case, verticale inline en verticale turbine brandbluspompen voor industriële en commerciële brandbeveiliging. Grundfos brandblussystemen voldoen aan de normen voor brandbeveiliging en brandbluscomponenten, en zijn getest en gecertificeerd door geaccrediteerde laboratoria en zijn op een lijst geplaatst door erkende instituten.